Consortium Musicum Divertimento

Toelichting Programma

  

Het programma is door de dirigenten Paul van Gulick en Pieter Zwaans samengesteld en bevat dit jaar de volgende werken:

Messe Sollenelle                   Jean Langlais             (koor en  orkest)         

Eerste editie voor de versie voor gemengd koor (SATB) en orkest van de "Messe Solennelle" gecomponeerd door Jean Langlais in 1949. Deze bewerking voor orkest heeft Langlais onmiddellijk na de bekende versie voor koor en 1 of 2 organen gemaakt maar is nooit gepubliceerd.

Het is nu gedaan, in 2015, en de "Éditions de la Schola Cantorum" in Zwitserland maakte een zeer nauwkeurig werk volgens het originele manuscript gecomponeerd door Jean Langlais 66 jaar geleden.

Dit jaar is Jean Langlais 25 jaar overleden en zullen we in dat kader dit werk gaan opvoeren voor de vrienden van Jean Langlais.

 

Finlandia (op.26 nr. 7)           Jean Sibelius              (orkest)

Finlandia (op.26 nr. 7) is een symfonisch gedicht van Jean Sibelius en waarschijnlijk het bekendste werk van deze Finse componist.

De eerste versie schreef hij in 1899. Het was het laatste van een serie van zes werken over de Finse geschiedenis en heette "Finland ontwaakt" (Suomi herää), al mocht het op de première op 4 december 1899 die titel niet dragen (het stond op het programma als impromptu). Sibelius herzag het werk in 1900 en maakte er een opzichzelfstaand symfonisch gedicht van, dat sindsdien Finlandia heet. Het was een patriottisch stuk, gericht tegen de intrekking van de Finseautonomie door Rusland. In 1900 werd het stuk op de wereldtentoonstelling in Parijs gespeeld, waardoor de Finse zaak onder de aandacht van de buitenwereld kwam.

 

4 Psalms, Op.74                     Edward Grieg              (koor)  

Ruim dertig jaar na zijn Pinksterpsalm zou Grieg zich nog één keer wagen aan religieuze muziek. Aan Röntgen schreef hij: ‘Ik zit weer alleen in mijn hutje en houd me bezig met een vervolg op mijn Album voor mannenkoor. Dat wil zeggen: ik denk ook na over gemengd koor, en daarvoor heb ik de oude koralen
in de volksmuziekbundel van Lindeman opgezocht. Dat is een klus die me erg boeit. Er zitten mooie, karakteristieke melodieën, oudkatholiek en folkloristisch door elkaar.’ Alsof hij Röntgen gerust wilde stellen voegde hij eraan toe dat de dissonanten in zijn zettingen niet zouden ontbreken.

Daarmee was niets te veel gezegd: de Vier psalmen, zoals het werk gedoopt werd, vielen op door hun pittige samenklanken. In Guds Sön har gjort mig fri gebruikte Grieg zelfs twee toonsoorten tegelijk – in die dagen een sterk staaltje van harmonische onverschrokkenheid. De Vier psalmen zouden Griegs laatste werk worden, en misschien wel zijn mooiste. Zoals Röntgen later verklaarde, was Griegs beste muziek te vinden in zijn vocale werk: ‘Daarin het minst bekend, en juist daarin het grootst.’

 

Leichte Kavallerie Overture  Frans von Suppe                    (orkest)

Leichte Kavallerie (Light Cavalry) is een operette in twee handelingen van Franz von Suppé, met een libretto van Karl Costa. Het werd voor het eerst uitgevoerd in de Carltheater, Wenen, op 21 maart 1866. 

Het originele werk is gevestigd in een 19e-eeuwse Oostenrijkse dorp waar verschillende liefde intriges en de ontdekking van een vader-dochter relatie worden begeleid door de komst van een regiment van de huzaren. In 1934 herschreef Hans Bodenstedt de operette volledig.

Hoewel veel van de operette in relatieve onbekendheid blijft, is de Light Cavalry Overture een van de bekendste werken van Suppe.

Schicksalslied              Johannes Brahms                   (koor en  orkest)

Het Schicksalslied (Nederlands: lied van het lot) is een korte krachtige compositie voor koor en orkest geschreven door Johannes Brahms tussen 1868 en 1871.

De tekst is afkomstig van het gedicht Hyperions Schicksalslied van Friedrich Hölderlin, dat oorspronkelijk deel uit maakt van de roman Hyperion. Brahms ontdekte de tekst in een boek dat in bezit was van zijn vriend Albert Dietrich. Hoewel hij meteen begon met schetsen voor het lied, duurde het daarna lang voor hij de structuur en expressie van het stuk had uitgewerkt. Het gedicht heeft slechts twee strofen, de eerste beschrijft de zaligheid van de goden en de tweede het lijden van de mensheid, "zich blind in de afgrond stortend". Brahms wilde aanvankelijk een driedelig werk maken, met een reprise van de eerste strofe. Hij had echter het gevoel dat hij daarmee te veel in zou gaan tegen de oorspronkelijke, meer tragische visie van Hölderlin. Weliswaar gaat het werk in het coda terug naar de muziek van de eerste strofe, maar dat is alleen instrumentaal, dus zonder de tekst.

De première vond plaats op 13 oktober1871 in Karlsruhe, onder leiding van dirigent Hermann Levi.

Panis Angeliscus                  César Franck               (koor en  orkest)

Panis angelicus (Nederlands: Brood van de engelen) is de - vaak zelfstandig gezongen - voorlaatste strofe van de hymneSacris solemniis, die in 1264, ter gelegenheid van de invoering van Sacramentsdag op last van paus Urbanus IV werd geschreven door Thomas van Aquino voor de Metten van deze feestdag.

De hymne is veelvuldig op muziek gezet, en wordt onder andere ook vaak ten gehore gebracht tijdens de eucharistische aanbidding.

Veruit de bekendste compositie van Panis angelicus is van César Franck uit 1872. Vaak bedoelt men zelfs enkel deze compositie, wanneer men de titel noemt. De versie van César Franck is een evergreen geworden, die op het repertoire stond van Luciano Pavarotti, Plácido Domingo, Andrea Bocelli en Roberto Alagna.